Vitaliteit

In gesprek over vitaliteit: vijf tips

Vitaliteit is een veelgebruikt begrip deze dagen. Letterlijk betekent vitaliteit: levenskracht. Vitaliteit geeft aan of iemand fysiek, emotioneel en mentaal gezond is. Als een medewerker langere tijd niet vitaal is, bestaat het risico op uitval.

Een gesprek over vitaliteit helpt om eventuele problemen op dit vlak aan te pakken en verzuim voorkomen. Maar hoe gaat u hierover in gesprek? Deze 5 tips helpen u op weg.

1. Bereid het gesprek goed voor

Zorg dat u het doel van het gesprek vooraf helder voor ogen heeft. U wilt samen tot een oplossing komen, zodat uw medewerker zich vitaler voelt en u eventueel verzuim kunt voorkomen. Kondig het gesprek en de reden van het gesprek daarom duidelijk aan bij uw medewerker. Zorg voor een rustige ruimte waar u samen ongestoord kunt praten. Neem voldoende tijd voor het gesprek, zodat u ruimte heeft om eventueel meteen dieper op zaken in te gaan.

In_gesprek_over_vitaliteit

2. Een goed begin

Leg aan het begin van het gesprek opnieuw uit waarom u bij elkaar zit en wat het doel van het gesprek is. Een goed begin is immers het halve werk. Zorg voor een prettige sfeer en hou het gesprek open; zo voorkomt u dat het gesprek ontspoort en niet tot eventuele oplossingen komt. Heeft u de indruk dat het niet goed gaat met uw medewerker? Zeg wat u ziet en wat u opvalt in zijn of haar gedrag, houding of voorkomen, zonder daarover een mening te hebben.

3. Ruimte bieden

Het is erg belangrijk dat uw medewerker de ruimte ervaart om zelf zaken over vitaliteit naar voren te brengen. Zo komt u samen tot de kern van eventuele problemen. Wellicht ervaart uw medewerker problemen met een leidinggevende, of met de werkdruk? Misschien zijn er privéproblemen? Door te luisteren naar het verhaal van uw medewerker komt informatie boven tafel die nodig is voor een passende oplossing.

4. Doorvragen

Stel gerichte vragen en probeer niet te snel te begrijpen wat de ander bedoelt. Kijk altijd of u elkaar begrijpt; komen de vragen of boodschappen goed bij elkaar over? Stel vooral vragen om dieper op de situatie in te gaan. Probeer overigens buiten de medische hoek te blijven. Stel open vragen. Zo nodigt u de medewerker uit om meer te vertellen. Een open vraag begint met: wie, wat, wanneer en hoe.

Bijvoorbeeld:
'Je geeft aan op je werk te veel druk te ervaren. Hoe komt dat?'

Op het antwoord van uw medewerker kunt u de stap maken naar een mogelijke oplossing.
Een goede vervolgvraag is bijvoorbeeld: 

'Wat zou je helpen om minder druk te ervaren?'

5. Rond het gesprek af en maak vervolgafspraken

Rond het gesprek op een positieve manier af. Geef een samenvatting van het gesprek en de gemaakte afspraken. Dit laatste is heel belangrijk, zo kunt u in de gaten houden hoe het loopt. Maak deze afspraken concreet. Bijvoorbeeld: ‘Over twee maanden heb je uitgezocht welke opleiding je zou willen doen.’
Leg de afspraken goed vast en kom erop terug. U kunt bijvoorbeeld afspreken dat vitaliteit onderdeel wordt van het jaarlijks functioneringsgesprek: vraag aan uw medewerker hoe het gaat, welke zaken hij inmiddels heeft opgepakt en waar hij/zij nog ondersteuning bij nodig heeft.

◄ Terug naar overzicht Duurzame inzetbaarheid