Ontwikkelingen en aandachtspunten voor werkgevers in 2023

Aantal keer gelezen:
 1143

Voor 2023 heeft de overheid veel nieuwe plannen waar werkgevers mee te maken krijgen. Er zijn onder andere wijzigingen die te maken hebben met de koopkracht, het nieuwe pensioenstelsel en de lasten op arbeid. Lonen moeten hoger worden vindt de overheid, en medewerkers hoeven minder belasting over hun loon te betalen. In dit artikel hebben we een overzicht van de 14 belangrijkste wijzigingen voor u gemaakt.

Aandachtspunten en ontwikkelingen voor werkgevers in 2023

1. Verhoging wettelijk minimumloon met ruim 10 procent

Op 1 januari 2023 verhoogt de overheid het minimumloon. Deze stijgt met 10,15%. Vanwege de hoge inflatie stijgt het minimumloon nu veel meer dan in eerdere jaren. Het nieuwe minimumloon helpt de lagere inkomens om de gestegen kosten van het levensonderhoud te betalen.  Het minimumloon voor een 21-jarige of ouder stijgt op 1 januari 2023 bij een volledig dienstverband van € 1.756,20 naar € 1.934,40 bruto per maand. Een 21-jarige of ouder gaat per week € 446,40 verdienen of per dag € 89,28.


2. De premies Werkhervattingskas 2023

Per 1 januari 2023 gelden de nieuwe premiepercentages voor de Werkhervattingskas. De werkhervattingskas financiert de uitkeringen voor (deels) arbeidsongeschikten. Per sector worden de premies vastgesteld. Het blijkt bijvoorbeeld dat de Ziektewet premie in de uitzendbranche sterker daalt dan in andere sectoren. Hierdoor is de kostprijs van de uitzendkrachten lager dan die van de eigen medewerkers. Dit is iets waar u als werkgever rekening mee kunt houden als u kiest voor dragen van het eigen risico of een publieke verzekering via UWV. 


3. Een betere positie voor medewerkers met tijdelijke contracten

In 2023 komt de overheid met nieuwe voorstellen voor uitzendkrachten en oproepkrachten. 

  • Zo moet er een basiscontract komen voor oproepkrachten. De oproepcontracten (zoals nul-uren-contracten) gaan verdwijnen; 
  • Uitzendkrachten moeten net zoals de eigen medewerkers scholing krijgen (dit geldt ook voor gedetacheerde en payroll medewerkers);
  • Uitzendkrachten moeten zo veel mogelijk dezelfde arbeidsvoorwaarden krijgen als de medewerkers die in (vaste) dienst zijn;
  • De draaideurconstructie, een manier die door werkgevers gebruikt wordt om medewerkers (langer) in dienst te houden, moet verdwijnen. Want hiermee worden medewerkers te lang op een tijdelijk contract gehouden, terwijl het om vast werk gaat.

4. Hogere belastingvrije vergoeding voor reiskosten

De belastingvrije kilometervergoeding voor reiskosten gaat vanaf 1 januari 2023 omhoog van € 0,19 naar € 0,21 per kilometer. En per 1 januari 2024 naar € 0,22 per kilometer. Door de hogere prijzen voor autorijden en het openbaar vervoer hebben medewerkers meer reiskosten. Werkgevers kunnen belastingvrij reiskosten vergoeden aan hun medewerkers. Die belastingvrije vergoeding gaat daarom omhoog. Bij reizen met openbaar vervoer kan de werkgever ook de volledige reiskosten belastingvrij vergoeden. Werkgevers zijn niet verplicht om de reiskostenvergoeding te verhogen.

Whitepaper Thuiswerken

Haal het maximale uit thuiswerken voor uw bedrijf. Lees de belangrijkste aandachtspunten van thuiswerken en bekijk tips.

5. De onbelaste thuiswerkvergoeding gaat iets omhoog

Nu er veel meer wordt thuisgewerkt, hebben medewerkers extra kosten. De werkgever kan hiervoor een extra vergoeding geven: de thuiswerkvergoeding. De hoogte van de thuiswerkvergoeding is per 1 januari 2023 maximaal € 2,15 netto per thuiswerkdag.

De werkgever is wettelijk niet verplicht om de thuiswerkvergoeding te geven aan de thuiswerkende medewerkers. Wel kan het zo zijn dat deze verplichting is opgenomen in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Een medewerker kan per dag óf een thuiswerkvergoeding ontvangen óf een reiskostenvergoeding ontvangen. Beide tegelijk op één dag kan niet.


6. De arbeidskorting gaat omhoog

Om de koopkracht van medewerkers te verbeteren, gaat de arbeidskorting omhoog. Medewerkers gaan er netto ruim € 500,- op vooruit. De hoogte van de arbeidskorting hangt af van de leeftijd en het inkomen van de medewerker. Het is de bedoeling dat vanaf 1 januari 2023 de arbeidskorting elk jaar omhoog gaat.


7. Werkenden hoeven minder belasting te betalen over hun inkomen

 Door de belasting op inkomen uit werk (box 1) te verlagen, houden medewerkers meer loon over. De overheid stelt voor om het tarief van de 1e schijf van de inkomstenbelasting te verlagen van 37,07% (2022) naar 36,93% in 2023. Door deze verlaging houden werkenden maximaal € 102 per jaar meer over. Een inkomen tot € 73.071 valt onder de 1e schijf.


8. In 2023 weer nieuw STAP-budget beschikbaar

Medewerkers kunnen bij UWV een STAP-budget van maximaal € 1.000 per jaar aanvragen voor scholing en ontwikkeling. Deze subsidie is voor een training, cursus of opleiding. Zo verbetert de medewerker (of werkzoekende) zijn of haar positie op de arbeidsmarkt. Het is belangrijk dat volwassen medewerkers zich blijven ontwikkelen en blijven leren. Omdat het budget elke keer snel op is, reserveert de overheid nu een deel van het budget voor medewerkers met maximaal een MBO4-diploma. Dit is ten eerste omdat Mbo’ers minder vaak scholing volgen. En ten tweede omdat MKB-bedrijven minder vaak financiële ruimte hebben om hun medewerkers (bij)scholing te geven.

9. Een nieuw pensioenstelsel 

De ingangsdatum van de nieuwe pensioenwet is uitgesteld naar 1 juli 2023. Een nieuw pensioenstelsel is nodig omdat medewerkers vaker wisselen van baan, tijdelijk minder willen werken en gemiddeld ouder worden. Ook werken mensen niet meer hun hele leven bij dezelfde werkgever. Het duurt nog even voordat er iets gaat veranderen. De sociale partners en pensioenuitvoerders krijgen eerst nog tot 1 januari 2027 de tijd om pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Elke sector kiest zelf wanneer zij de overstap naar het nieuwe stelsel gaan maken.


10. Lagere lasten voor MKB-ondernemers door verruiming werkkostenregeling (WKR)

Er wordt vanaf 2023 veel geld uitgetrokken om de lasten op arbeid te verlagen. Een van de maatregelen is het verruimen van de werkkostenregeling (WKR). Door deze regeling kunnen werkgevers zorgen dat hun medewerkers onbelast kunnen gebruik kunnen maken van vergoedingen en verstrekkingen. Zo kan de werkgever de vrije ruimte bijvoorbeeld inzetten voor een onbelaste, eenmalige vergoeding voor de gestegen (energie)kosten van medewerkers. De vrije ruimte wordt (per werkgever) verhoogd van 1,7% naar 3% van de fiscale loonsom van alle medewerkers samen. De loonsom mag niet hoger zijn dan € 400.000,-. Over het bedrag dat overblijft van die loonsom is er 1,18% vrije ruimte.


11. De werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet daalt in 2023

De percentages voor de inkomensafhankelijke bijdrage van de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn . De werkgeversheffing daalt van 6,75% naar 6,68%. De werkgever hoeft geen premie te betalen als het loon in 2023 hoger is dan € 66.956,-. De bijdrage kan iets dalen omdat de zorguitgaven in 2023 hoger uitkomen dan in 2022. Dat zorgt voor een stijging van alle opbrengsten uit de inkomensafhankelijke bijdragen.


12. Pensioenleeftijd

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop de AOW-uitkering ingaat. In 2023 ligt de leeftijd op 66 jaar en 10 maanden. Medewerkers die na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957 geboren zijn kunnen dus op deze leeftijd met pensioen. De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting en stijgt daarom nu met 3 maanden ten opzichte van vorig jaar.


13. Een kortere loondoorbetalingsplicht bij zieke AOW’ers

Wat als de medewerker blijft doorwerken na zijn pensioenleeftijd, maar ziek wordt? Als iemand na de pensioenleeftijd blijft werken en ziek wordt, moet een werkgever het loon doorbetalen. De loondoorbetalingsplicht voor zieke AOW’ers gaat in 2023 van 13 naar 6 weken. De werkgever heeft geen verplichting meer om bij ziekte te zoeken naar passend werk. Ook hoeft u geen plan van aanpak voor de re-integratie op te stellen. Bij AOW’ers die al ziek waren voordat het nieuwe wetsvoorstel inging, geldt nog steeds een loondoorbetalingsplicht van 13 weken.


14. Energielabel C verplicht voor kantoorpanden groter dan 100m2

Eigenaren van een kantoorpand moeten er vanaf 1 januari 2023 voor zorgen dat zij energielabel C hebben. Bij energielabel D of lager volgt een boete of moet het pand gesloten worden. Energielabel C houdt in dat het pand maximaal 225 kWh fossiele energie mag gebruiken per vierkante kilometer per jaar. Via EP-online kunt u controleren welk energielabel het kantoorpand heeft. Er zijn uitzonderingen op deze nieuwe regel: als het pand een rijksmonument is, of als het pand voor minder dan vijftig procent als kantoor gebruikt wordt.

Gepubliceerd op:
 
Meer weten over verzuim? Meld u aan voor één van onze nieuwsbrieven:

Ook interessant voor u:

  • Thuiswerkvergoeding en inflatie

    Thuiswerkvergoeding en inflatie: hoe zit het?

    Stijgende energieprijzen en dure boodschappen: steeds meer mensen hebben last van de inflatie. Thuiswerken wordt daardoor ook ineens een stuk duurder. Om medewerkers in de kosten van thuiswerken tegemoet te komen, kunnen werkgevers een thuiswerkvergoeding geven.
    nieuws
  • Istock 1282721979

    Whitepaper: Medewerkers met schulden

    In de whitepaper “Medewerkers met schulden” leest u alles over de oorzaken en de gevolgen van schulden en wat u hier als werkgever aan kunt doen.
    Whitepaper