Loondoorbetaling werkende AOW'er van 13 naar 6 weken

Op 1 januari 2016 ging de Wet Werken na de AOW-gerechtigde leeftijd in. In deze wet staan maatregelen die het ouderen makkelijker maken om door te werken. Onderdeel van deze wet is de loondoorbetaling bij ziekte. Een werkgever hoeft een AOW-gerechtigde medewerker bij ziekte minder lang loon door te betalen: 13 weken in plaats van 2 jaar.

*Let op: de datum voor het aanpassen van de wet is uitgesteld. De nieuwe invoeringsdatum is naar verwachting medio 2023.

In 2023* wordt deze 13 weken teruggebracht naar maximaal 6 weken. En deze 6 weken gaat ook gelden voor medewerkers op AOW-leeftijd die op dat moment al ziek zijn (de voorwaarde is wel dat hierdoor de totale periode niet langer wordt dan 13 weken). 

Loondoorbetaling werkende AOW'er naar 6 weken

Welke regels gelden er tot het nieuwe besluit (medio 2023)?

  • U hoeft het loon van een zieke medewerker op AOW-leeftijd maar maximaal 13 weken door te betalen. Ook het opzegverbod tijdens ziekte geldt voor AOW-gerechtigde medewerkers maar 13 weken.
  • Uw re-integratieverplichtingen voor een zieke medewerker op AOW-leeftijd vervallen na 13 weken.  U hoeft daarom geen plan van aanpak op te stellen en geen activiteiten uit te voeren voor re-integratie tweede spoor.
  • Voor een medewerker met de AOW-gerechtigde leeftijd geldt standaard een opzegtermijn van een maand. De duur van het contract heeft hier geen invloed op.
  • De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag geldt straks ook voor een medewerker die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Waarom van 13 weken terug naar 6?

In het begin was in de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd al een loondoorbetalingsperiode van 6 weken opgenomen. In de Tweede Kamer waren er toen zorgen dat dit misschien zou leiden tot verdringing van niet AOW-gerechtigden op de arbeidsmarkt. Er is daarom als overgangsmaatregel een wijziging (amendement) aan de wet toegevoegd. Een onderdeel hiervan is dat loondoorbetaling bij ziekte voorlopig op 13 weken werd gezet.

Als vervolgens uit evaluatieonderzoek zou blijken dat er geen verdringing zou zijn van medewerkers onder de AOW-leeftijd, dan kon deze periode verder worden verkort naar 6 weken. Dat evaluatieonderzoek heeft in de tussentijd plaatsgevonden en laat geen verdringing zien. Bij de beslissing van werkgevers om een AOW’er aan te nemen, geven vooral bekendheid met de medewerker, specifieke ervaring en flexibiliteit de doorslag. Kosten of arbeidsrechtelijke voorwaarden spelen bijna een rol. Daarom stelt de minister van SZW voor de overgangsmaatregel medio 2023* te laten vervallen.

Dit heeft niet alleen gevolgen voor de loondoorbetaling maar ook voor andere regelingen. Voor AOW-gerechtigden worden medio 2023* de volgende periodes teruggebracht van 13 weken naar 6 weken:

  • de periode van loondoorbetaling bij ziekte;
  • het opzegverbod bij ziekte;
  • de re-integratieplicht bij ontslag bij ziekte;
  • het recht op Ziektewetuitkering voor AOW-gerechtigden in een fictieve dienstbetrekking of van wie de arbeidsovereenkomst eindigt op of vlak na de eerste dag van ongeschiktheid. Meer informatie over fictieve dienstbetrekkingen vindt u op de website van de Belastingdienst.