Blijven werken met psychische klachten: handreiking met tips voor werkgevers

Eén op de vijf werkenden heeft psychische klachten die invloed kunnen hebben op het werk. Hoe kunt u hier als werkgever mee omgaan en voorkomen dat uw medewerkers uitvallen? De handreiking ‘Blijven werken met psychische klachten’ geeft praktische tips om het gesprek aan te gaan en - samen met de medewerker - actie te ondernemen.

Veel mensen worstelen met angst, stressgerelateerde problemen of een depressie. Het is belangrijk om de signalen en veranderend gedrag op het werk te herkennen en op tijd in te grijpen.

Blijven werken met psychische klachten: een handreiking met tips voor werkgevers

Dit heeft meerwaarde voor beide partijen. Iemand die uitvalt door psychische klachten blijft namelijk gemiddeld 180 dagen thuis. Dit brengt natuurlijk flink wat kosten met zich mee voor u als werkgever. Maar het voorkomen van verzuim is ook belangrijk voor het welzijn van de medewerker. Het is namelijk minder heftig om het takenpakket van huidig werk aan te passen dan om de draad weer te moeten oppakken na ziekte. En als de medewerker met begeleiding (deels) kan blijven werken is de kans groter dat hij of zij binnen het arbeidsproces blijft.

Psychische klachten en werk

Maar hoe kunt u als werkgever iemand zo ondersteunen dat hij of zij met psychische klachten kan blijven werken? Suzanne van Hees deed er promotieonderzoek naar. Aan de hand van haar onderzoek ‘De Mentaal Gezonde Zaak’ schreef ze de handreiking ‘Blijven werken met psychische klachten’. Hierin staan praktische tips over wat u als werkgever kunt doen om een medewerker met bijvoorbeeld een depressie, angst of stressgerelateerde problemen aan het werk te houden. Let op: als werkgever mag u geen medische gegevens van uw medewerker weten en daar ook geen vragen over stellen. Ook mag u geen oordeel geven over de klachten die een medewerker mogelijk heeft. De tips die uit het onderzoek komen gelden niet wanneer er sprake is van ernstige psychiatrische problemen.


De belangrijkste tips op een rij


1. Signaleer op tijd

Wees alert als u denkt dat een medewerker niet goed in zijn of haar vel zit. Dan kan er sprake zijn van psychische klachten. Iemand is bijvoorbeeld vaak prikkelbaar, besluiteloos, boos of angstig. Of een medewerker heeft veel last van hoofd- of rugpijn of is erg moe. Ook wanneer de medewerker minder werk aflevert, minder sociaal wordt of zich minder goed kan concentreren, kan dat een teken van psychische klachten zijn. Het kan ook zijn dat iemand moeite krijgt met veranderingen, vaak ontevreden is of zich terugtrekt. Vallen dit soort zaken u op, kom dan als werkgever in actie.


2. Praat samen over de invloed op het werk

Merkt u dat een medewerker zich mentaal niet goed voelt? Probeer dan in gesprek te gaan.  Neem de tijd voor zo’n gesprek en bereid dit goed voor. Denk voor uzelf na over hoe de medewerker de afgelopen jaren functioneerde. En kijk na of er vaker sprake was van verzuim en of de werksituatie daar invloed op had.

Plan het gesprek op een rustige plek. Liefst niet in de directe werkomgeving, maar op een prettige locatie voor uw medewerker. Toon interesse, luister aandachtig en bied een luisterend oor. Praat open over de invloed die het veranderende gedrag binnen de werkomgeving heeft. En vertel wat u zelf opvalt tijdens het werk. Vraag vervolgens hoe de medewerker dit ziet. Alleen het bespreekbaar maken van de situatie, kan soms al voor opluchting zorgen.


3. Stimuleer eigen controle van de medewerker

Als werkgever is het goed om te kijken op welke manier u een medewerker die niet goed in zijn vel zit, kunt ondersteunen. Maar probeer tegelijkertijd niet alles zelf op te lossen. Geef de medewerker de ruimte om zelf met een idee of oplossing te komen. Is het misschien mogelijk om de invulling van het werk (tijdelijk) te veranderen? Om bepaalde stressfactoren weg te nemen en daardoor de klachten te verminderen? Of wellicht is het mogelijk taken te verdelen onder meerdere collega’s? Vraag wat iemand écht belangrijk vindt in zijn of haar baan. Probeer samen te ontdekken waar een medewerker energie van krijgt en warm voor loopt. Een gesprek met een loopbaancoach kan een goed hulpmiddel zijn om dat boven tafel te krijgen.


4. Zoek samen naar werkaanpassingen

Denk samen met uw medewerker na over hoe het werk kan worden aangepast. Neem alle mogelijkheden door en maak daarna duidelijke afspraken over de gemaakte keuzes. In een ideale situatie passen de taken bij de mogelijkheden die iemand heeft. Dit geldt niet alleen voor de medewerker met psychische klachten; richt uw blik op het hele team. Hoe staan de andere medewerkers ervoor? Kunnen zij de taken aan of is (ook) voor hen de werkdruk te hoog?

Maak samen met de medewerker afspraken over de aanpassingen in het werk. Bekijk na een tijdje samen hoe het gaat: nemen de psychische klachten af? En is er nog steeds sprake van passend werk? Misschien zijn bepaalde werkzaamheden nu wél weer mogelijk, of moet het takenpakket worden aangepast.


5. Schakel hulp in bij dreigend verzuim

Dreigt iemand toch uit te vallen door psychische klachten? Schakel dan (Arbo-)hulp in. Als werkgever mag u geen medische gegevens van uw medewerker weten. Uw medewerker kan zelf op zoek naar hulp of eventueel gebruikmaken van een preventief spreekuur bij de arbodienst. De bedrijfsarts kan uw medewerker ondersteunen bij het vinden van de juiste hulp bij psychische klachten. Dit vraagt altijd om een aanpak op maat, want ieder mens en iedere situatie is weer anders.

Of vermoed u dat de oorzaak van de klachten vooral te maken heeft met de samenwerking binnen het team? Overweeg dan een teambuilding of -coaching. Ook bij psychische klachten geldt: voorkomen is beter dan genezen.


De handreiking ‘Blijven werken met psychische klachten’ is ontwikkeld op basis van wetenschappelijk praktijkgericht onderzoek. De schrijvers zijn verbonden aan Tranzo bij Tilburg University en aan het lectoraat Arbeidsdeskundigheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).