Arbobalans 2022: hoogste aantal verzuimdagen sinds 2014

Aantal keer gelezen:
 391

Het ziekteverzuim in Nederland is in 2022 gestegen naar het hoogste punt sinds 2014, met gemiddeld negen werkdagen per medewerker. Ook het verzuimpercentage nam toe naar 5,2%. Dit blijkt onder andere uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2022 en de Arbobalans 2022 van TNO.

We zetten de opvallendste ontwikkelingen uit de Arbobalans voor u op een rij.


Werktijden en thuiswerken

Arbobalans 2022: hoogste aantal verzuimdagen sinds 2014 - Sazas

In Nederland werkt bijna twee derde van de medewerkers wel eens buiten kantoortijden (overwerken). Dit geldt voor verschillende soorten beroepen, waarbij medewerkers in de horeca het vaakst buiten kantoortijden werken. Ook in het vervoer komt overwerken vaak voor. Een groot deel van de medewerkers is buiten werktijd bereikbaar via telefoon, e-mail of app. In 2022 werkt bijna de helft van de medewerkers soms of meestal thuis. Mannen werken gemiddeld meer uren thuis dan vrouwen. Medewerkers tussen de 25 en 55 jaar werken het vaakst thuis, medewerkers jonger dan 25 werken het minst thuis.


Psychosociale arbeidsbelasting

Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) bestaat uit emotionele belasting, autonomie (onafhankelijk werken) en taakeisen (taken die een medewerker moet uitvoeren met hoge eisen). Stressvol werk met hoge taakeisen en lage autonomie, kan leiden tot burn-outklachten. In 2022 daalden zowel de emotionele belasting als het percentage medewerkers met stressvol werk. Het percentage medewerkers dat het werk als moeilijk ervaart, is gelijk gebleven. In de sectoren zorg en onderwijs ervaren medewerkers meer emotionele belasting. Banen in de horeca en zorg worden als het meest stressvol ervaren, vooral door vrouwen. Het percentage medewerkers met burn-outklachten steeg naar 20%, waarbij klachten als vermoeidheid en een leeg gevoel na het werk veel werden genoemd.

In 2022 gaf 41% van de medewerkers aan dat er (aanvullende) maatregelen nodig zijn voor het verminderen van de werkdruk en de werkstress, vooral in de zorg en het onderwijs. Door 7% werd ervaren dat werk en privé niet in balans zijn; daarbij veranderde het werk de familie- of gezinsactiviteiten. Ongeveer 27% van de medewerkers kon zelf de werkplek bepalen, vooral in de financiële dienstverlening, ICT en het openbaar bestuur. Daarnaast gaf 29% aan dat ze regelmatig zelf de werktijden konden bepalen.


Gezondheid en verzuim

Bijna 80% van de medewerkers beoordeelde hun gezondheid in 2022 als goed of zeer goed. Mannen gaven iets vaker aan een goede gezondheid te hebben dan vrouwen. Oudere medewerkers gaven een minder goed cijfer voor hun gezondheid. 74% van de 55- tot 65-jarigen voelde zich (zeer) gezond, tegenover 84% van de 15- tot 25-jarigen. Het ziekteverzuimpercentage steeg naar 5,2%, met hogere percentages onder vrouwen en oudere medewerkers.

Ongeveer 36% van alle medewerkers meldde een langdurige ziekte, aandoening of handicap te hebben, waarvan 68% niet werkgerelateerd was. Ongeveer 16% van de medewerkers werd in lichte mate en 3% in sterke mate afgeremd in hun werk door een chronische ziekte, aandoening of handicap. De meest voorkomende redenen voor verzuim waren griep of verkoudheid (57%) en psychische klachten (5%), zoals overspannenheid en burn-out.

Een groot deel van de medewerkers (64%) gaf aan dat er geen (verdere) aanpassingen nodig waren in hun werkplek of werkzaamheden voor hun gezondheid. In situaties waar aanpassingen wel nodig waren, waren aanpassingen in hulpmiddelen of meubilair en in de hoeveelheid werk het meest genoemd. Ongeveer 7% van de medewerkers gaf aan dat hun gezondheidsklachten vooral werkgerelateerd waren. 12% zegt dat de klachten komen door het uitvoeren van de werkzaamheden. Het verzuim door het overlijden van een dierbare werd op verschillende manieren geregeld, zoals met een gedeeltelijke ziekmelding, arbeidsduurverkorting of ander betaald verlof.


Functioneren en (duurzame) inzetbaarheid

De meeste medewerkers (90%) gaven aan dat ze in 2022 goed presteerden op het werk. Ze voelen zich ook goed inzetbaar, wat betekent dat ze denken te voldoen aan de eisen van hun werk en makkelijk een nieuwe baan kunnen vinden. Vooral het vertrouwen in het vinden van een nieuwe baan is gestegen. Daarnaast gaf 56% van de medewerkers aan bevlogen te zijn, wat betekent dat ze toegewijd en energiek zijn in hun werk.

Oudere medewerkers (55 jaar en ouder) waren over het algemeen meer bevlogen, maar hun inzetbaarheid was lager. Tussen de verschillende bedrijfssectoren waren weinig verschillen, behalve dat de inzetbaarheid van medewerkers in de ICT- en financiële dienstverlening hoger was dan bij andere bedrijven.

In 2021 wilden medewerkers over het algemeen tot een leeftijd van 62,3 jaar blijven werken, maar in 2022 is dit gestegen naar 63,0 jaar. De leeftijd waarop ze denken te kunnen blijven werken is juist gedaald naar 62,6 jaar, vergeleken met 2021. Mannen denken langer te kunnen blijven werken dan vrouwen (63,4 tegenover 61,4 jaar).

De belangrijkste redenen waarom medewerkers langer willen werken zijn het verminderen van uren of dagen per week (46%), financiële overwegingen (21%) en lichter werk (20%). Ongeveer 21% wil sowieso niet langer blijven werken dan de leeftijd die ze hebben opgegeven in de vragenlijst. Als het gaat om de situatie waardoor ze langer kunnen blijven werken, is de meest gekozen mogelijkheid ook het verminderen van uren of dagen per week (52%), gevolgd door lichter werk (26%).

Webinar 'Het belang van Preventief Medisch Onderzoek'

Als werkgever wilt u zo min mogelijk verzuim. Het Preventief Medisch Onderzoek (PMO) is een handig middel om inzicht te krijgen in klachten en gezondheidsrisico’s die vaker voorkomen. Zoals psychische en fysieke klachten of aandoeningen die met een bepaald beroep te maken hebben. Sazas-medewerker Edwin van der Weide geeft een gratis webinar over het belang van een Preventief Medisch Onderzoek.

Arbodienstverlening

In 2022 kon iets meer dan een kwart van de medewerkers  meedoen aan een preventief onderzoek naar gezondheid of vitaliteit. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om gezondheidsrisico’s die met werk te maken hebben vroegtijdig op te sporen. Maar 10% maakte daarvan ook gebruik. Ongeveer 64% gaf aan dat ze een bedrijfsarts konden opzoeken, terwijl meer dan een kwart van de medewerkers niet zeker wist of dit mogelijk was. Ongeveer een derde van de medewerkers heeft ooit contact gehad met een bedrijfsarts. Bij medewerkers tussen de 15 tot 25 jaar is dit maar 7%.

Verder gaven de meeste medewerkers (58%) aan vertrouwen te hebben in de bedrijfsartsen. Toch had een kleine 11% weinig of geen vertrouwen. 3,5% van de medewerkers die contact hadden met een bedrijfsarts, zijn naar een tweede arts geweest voor een second opinion (tweede mening). Nog eens 6% wilde dit ook, maar heeft dat niet gedaan.

Het laatste gedeelte van het onderzoek ging over verzuimcontrole en vertrouwenspersonen. Ongeveer een kwart van de medewerkers meldde verzuimcontrole tijdens hun laatste verzuim en 35% had contact met een huisarts of specialist. Bij 33% werd gevraagd of het verzuim te maken had met het werk.

Als het gaat om vertrouwenspersonen kon 70% van de medewerkers een vertrouwenspersoon benaderen, terwijl 10% dit niet kon en 20% niet wist of dit mogelijk was. Vooral jongeren en medewerkers in de horeca zijn minder op de hoogte van deze mogelijkheid.


Meer lezen?

Meer resultaten kunt u lezen in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2022. De belangrijkste cijfers van dit onderzoek vindt u in de factsheet Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2022 en de factsheet Arbobalans 2022.


Wat is de Arbobalans?

De Arbobalans geeft een overzicht van de kwaliteit van de arbeid en werkgerelateerde gezondheid in Nederland en de ontwikkelingen op dit vlak. Naast kerncijfers over arbeidsomstandigheden geeft de balans inzicht in de laatste gegevens over verzuim, arbeidsongevallen en beroepsziekten van zzp’ers en medewerkers met een vaste of flexibele baan. De Arbobalans 2022 werkt met de nieuwste landelijke cijfers. TNO stelt de Arbobalans tweejaarlijks samen. Dit gebeurt in samenwerking met het CBS, RIVM en het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, met steun van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Gepubliceerd op:
 
Meer weten over verzuim? Meld u aan voor één van onze nieuwsbrieven:

Ook interessant voor u: